Ik realiseer mij dat deze tijd voor ieder van ons weer net even anders uitpakt. Het maakt verschil of je nog een oude moeder of vader hebt, kinderen en wat die kinderen doen. De eerste weken dacht ik dat ik elk moment wakker zou worden en tegen mijn man zou zeggen: ‘Ik heb nou toch weer zo raar gedroomd’ maar deze rare droom is helaas maar al te waar. Het ontbreken van een stip op de horizon plaagt mij. Ook ik mis mijn kinderen. De jongste zien we zo nu en dan wel. De tafel maximaal uitgetrokken. Hij aan het ene eind. Wij aan het einde dat het dichtst bij de keuken ligt. Ik zwaai hem na als hij vertrekt en werp hem kushandjes toe. Zijn prille vriendin werkt in de zorg op een afdeling met een coronapatiënte.

Inmiddels heb ik twee uitvaarten gehad in deze tijd. Tijdens het uitvaartgesprek zat een zwager achter in de keuken. Als hij iets wilde zeggen, ging hij staan. Tijdens de afscheidsdienst leken we net een uit elkaar gespatte inktvlek.